Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg

Kwetsbare jeugdigen die (hoog)specialistische hulp nodig hebben moeten kunnen rekenen op tijdige en passende hulp. Dat is nu voor een groot aantal jeugdigen en gezinnen nog niet het geval. Daarom is de verbetering van beschikbaarheid van (hoog)specialistische jeugdzorg voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen een prioriteit in de Hervormingsagenda Jeugd.

Een aantal knelpunten bij de inkoop van specialistische jeugdzorg heeft te maken met versnippering in de huidige regionale samenwerking. Gespecialiseerde jeugdzorg is moeilijk op lokaal niveau te organiseren vanwege de schaarste van de vraag en de complexiteit van de problematiek in combinatie met de daarvoor benodigde multidisciplinaire specialistische expertise.

Verder spelen de schaarste van het aanbod en het volume dat een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling minimaal nodig heeft om verantwoorde jeugdzorg te kunnen leveren of een gezonde bedrijfsvoering te kunnen voeren ook een belangrijke rol.

We willen gemeenten in staat stellen de reeds geldende verantwoordelijkheden in de Jeugdwet beter waar te maken en te bevorderen dat zij kunnen voorzien in een toereikend aanbod van specialistische jeugdhulp en van gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

Dit willen we doen door regionale samenwerking bij de inkoop van specialistische jeugdzorg te verplichten en hiervoor duidelijke regels vast te leggen. Bovendien verplichten we voor een aantal vormen van jeugdhulp dat op bovenregionaal niveau wordt afgestemd, omdat regio’s bij deze jeugdhulpvormen van elkaar afhankelijk zijn voor het kunnen bevorderen van de beschikbaarheid. Deze regels zijn opgenomen in het wetsvoorstel ‘Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’ dat op 25 april jl. bij de Tweede Kamer is ingediend. In dat wetsvoorstel wordt o.a. vastgelegd wat wordt verwacht van de samenwerkende gemeenten en jeugdhulpregio’s bij de inkoop van specialistische jeugdzorg.

Voor een beperkt aantal vormen van jeugdhulp is gezamenlijke inkoop op regionaal niveau onvoldoende om de beschikbaarheid te borgen. Dit betreffen zorgvormen die zeer complex van aard zijn, waarbij sprake is van een landelijke schaal en waar individuele gemeenten en regio’s zeer weinig gebruik van maken.

Voor deze zorgvormen is in de Hervormingsagenda Jeugd afgesproken dat de huidige gezamenlijke inkoop op landelijk niveau – uitgevoerd door de VNG – wordt voortgezet. Op dit moment ligt er geen wettelijke verplichting ten grondslag aan deze landelijke samenwerking.

Mocht blijken dat er grote zorgen zijn over de beschikbaarheid van enkele landelijk ingekochte zorgvormen, en bestuurlijke afspraken leiden onvoldoende tot verbetering, dan biedt het wetsvoorstel de mogelijkheid om gebruik te maken van een delegatiebepaling. Die is opgenomen in het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Daarmee kunnen gemeenten wel verplicht worden om gezamenlijk bij amvb vastgestelde zorgvormen op landelijk niveau in te kopen.

Daarnaast worden er in het wetsvoorstel eisen gesteld aan de bedrijfsvoering van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen en krijgt de NZa een rol bij het signaleren van risico’s voor de continuïteit van jeugdzorg.

Het wetsvoorstel: waar staan gemeenten in de jeugdhulpregio’s voor aan de lat?

Voor gemeenten betekent het wetsvoorstel het volgende:

  • Gemeenten moeten een gemeenschappelijke regeling voor de regionale organisatie van de specialistische jeugdzorg instellen: de Jeugdregio. Voor de inrichting van de samenwerking kunnen regio's kiezen uit drie vormen die de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt: een openbaar lichaam, centrumgemeente of bedrijfsvoeringsorganisatie.
  • Gemeenten dienen vervolgens ten minste de volgende werkzaamheden bij de Jeugdregio's neer te leggen:
    1. het regionaal contracteren of subsidiëren van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de bij amvb aangewezen vormen van jeugdhulp;
    2. het uitvoeren van bepaalde administratieve processen behorende bij die contractering of subsidiëring;
    3. bovenregionale afstemming over de inkoop van bij amvb aangewezen jeugdhulpvormen, kinderbescherming en jeugdreclassering ;
    4. de organisatie van regionale expertteams.
  • Gemeenten moeten samen een regiovisie opstellen waarin wordt uitgewerkt hoe ze met andere gemeenten in de regio samenwerken om een dekkend zorglandschap in de regio te organiseren.

Lagere regelgeving

Bij dit wetsvoorstel hoort ook een amvb, waarin het volgende wordt vastgelegd:

  • De regio-indeling;
  • Welke vormen van specialistische jeugdhulp (minimaal) regionaal moeten worden ingekocht;
  • Over welke van deze jeugdhulpvormen bovenregionaal moet worden afgestemd, en
  • Welke thema's in ieder geval in de regiovisie moeten worden opgenomen.

Er wordt ook een ministeriële regeling opgesteld waarin de regionaal te organiseren administratieve processen worden aangewezen en de verplichte gegevensuitwisseling in verband met de nieuwe wettelijke taken van de NZa nader wordt uitgewerkt.

Proces en planning

  • Inwerkingtreding van het wetsvoorstel is afhankelijk van de behandeling van het wetsvoorstel door de Tweede en Eerste Kamer. Er wordt nu gekoerst op inwerkingtreding per 1 juli 2025.
  • Inwerkingtreding van de amvb en ministeriële regeling is tegelijkertijd met het wetsvoorstel.
  • Gemeenten krijgen vervolgens één jaar de tijd om zich voor te bereiden op de verplichte regionale samenwerking.

Hoewel het wetsproces nog loopt en er daaropvolgend nog een implementatietijd is, kunnen de jeugdhulpregio’s nu alvast met de voorgenomen kaders aan de slag te gaan. Veel gemeenten en regio’s bereiden zich momenteel ook al voor.

Daarbij kunnen gemeenten en regio’s met vragen over regionale samenwerking terecht bij hun regio-adviseur of bij VWS via voorjeugdengezin@minvws.nl.